Samenvatting onderzoek

Effectieve strategieën en programma’s voor klassenmanagement in het primair onderwijs.

Onderzoeksrapport:
Korpershoek, H., Harms, G.J., De Boer, H., Van Kuijk, M.F. & Doolaard, S. (2014). Effective classroom management strategies and classroom management programs for educational practice. A meta-analysis of the effects of classroom management strategies and classroom management programs on students’ academic, behavioural, emotional, and motivational outcomes. Groningen: GION Onderwijs/Onderzoek.
PDF GION rapport Effective Classroom ManagementRapport Klassenmanagement

Handreiking voor leerkrachten:
Korpershoek, H., Van Kuijk, M.F., De Boer, H., Harms, G.J. & Doolaard, S. (2014). Effectieve strategieën en programma’s voor klassenmanagement in het primair onderwijs. Handreikingen voor de onderwijspraktijk op basis van een meta-analyse. Groningen: GION Onderwijs/Onderzoek.
PDF bestand Leerkrachtrapport Klassenmanagement

Handreiking Klassenmanagement

In de rapporten wordt verslag gedaan van een meta-analyse van de effectiviteit van verschillende klassenmanagementstrategieën en klassenmanagementprogramma’s in het primair onderwijs. Het onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Centraal stond de vraag in hoeverre bepaalde klassenmanagementstrategieën en klassenmanagementprogramma’s de leerprestaties van leerlingen, het leerlinggedrag, de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen en de motivatie van leerlingen verbeteren.

De definitie van klassenmanagement die in het onderzoek gehanteerd wordt is gebaseerd op het werk van Evertson en Weinstein (2006). Zij definiëren klassenmanagement als “de handelingen die leerkrachten ondernemen om een omgeving te creëren die academisch en sociaal-emotioneel leren ondersteunt en faciliteert” (pp. 4-5). Deze definitie benadrukt de verantwoordelijkheid van de leerkracht en legt bovendien een relatie tussen klassenmanagement en verschillende leeruitkomsten van leerlingen. Goed klassenmanagement betekent dus de leerlingen de ruimte geven om te leren. Leren op het cognitieve vlak, wat zich uit in de prestaties op bijvoorbeeld taal, lezen, rekenen en wereldoriëntatie, maar ook leren op het niet-cognitieve vlak, zoals het leren omgaan met andere leerlingen.

In de meta-analyse zijn uiteindelijk 47 geschikte studies geselecteerd waarin in totaal 54 klassenmanagementinterventies beschreven staan. Deze interventies voldoen in ieder geval aan de volgende eisen: ze zijn gedegen onderzocht en beschreven (o.a. gepubliceerd in peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften en gebruik makend van een experimentele of quasi-experimentele onderzoeksopzet), ze zijn gericht op de hele groep leerlingen (en niet op één of enkele leerlingen), ze hebben uitkomstmaten op leerlingniveau gemeten (bv. leerlinggedrag), de interventies zijn uitgevoerd door de groepsleerkracht zelf (dus niet door schoolbegeleiders of onderzoekers) en de studies zijn verschenen tussen 2003 en 2013.

In de literatuur is een breed scala aan klassenmanagementstrategieën en klassenmanagementprogramma’s gevonden. In sommige studies heeft de leerkracht een klassenmanagementstrategie uitgeprobeerd, bijvoorbeeld het belonen van goed gedrag. Daarnaast zijn schoolbrede klassenmanagementprogramma’s (of interventies waarin klassenmanagement onderdeel is van het programma) meegenomen in de meta-analyse. Dit zijn programma’s waarbij bijvoorbeeld op de hele school dezelfde gedragsregels afgesproken worden en waar extra lessen gegeven worden in ‘hoe je met elkaar omgaat’ (m.a.w. aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen). De interventies zijn vervolgens geclassificeerd op basis van vier categorieën. De vier categorieën verwijzen naar de focus van de interventies: gericht op (1) leerkrachtgedrag, (2) leerkracht-leerling relaties, (3) leerlinggedrag, en (4) de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Uiteraard vallen sommige interventies onder meerdere categorieën en sluiten deze categorieën elkaar niet uit. De effecten van de interventies in deze (of combinaties van deze) categorieën zijn onderzocht. Daarnaast is het effect onderzocht van vijf programma’s die in meerdere studies (tenminste 3) aan de orde kwamen: Promoting Alternative Thinking Strategies (PATHS), Good Behavior Game (GBG), Zippy’s Friends, School-Wide Positive Behavior Support (SWPBS) en Second Step. Van de eerste vier programma’s zijn ook Nederlandse varianten op de markt gebracht.

Over het algemeen bleken klassenmanagementinterventies een positief effect te hebben op de leerlingen. Dat wil zeggen, het gemiddelde effect van alle interventies op de leerlinguitkomsten was positief en significant (de gemiddelde effectgrootte Hedges’s g was 0,22). De effecten van de interventies op de verschillende uitkomstmaten afzonderlijk (leerprestaties, leerlinggedrag, sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, motivatie, en een categorie overige relevante uitkomstmaten zoals time-on-task) verschillen nauwelijks van elkaar; behalve voor motivatie, waarvoor geen significant effect gevonden is. De interventies waarbij de focus (onder meer) lag op het verbeteren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen waren iets effectiever dan interventies zonder deze focus, en dat betrof met name de sociaal-emotionele uitkomstmaten. Wat betreft de leerprestaties van de leerlingen bleken de interventies waarbij de focus (onder meer) lag op het verbeteren van leerkrachtgedrag (bv. door bepaalde klassenmanagementvaardigheden aan te leren) iets effectiever.

Uit de analyse van de vijf programma’s die in meerdere studies beschreven stonden bleek dat deze programma’s over het algemeen even effectief waren (kleine tot middelgrote effecten), zij het dat deze de effecten wat verschilden voor de afzonderlijke uitkomstmaten. Het SWPBS-programma vormde hierop een uitzondering: voor dit programma zijn nauwelijks significante effecten op leerlinguitkomsten gevonden. Het PATHS-programma (in Nederland bekend onder de naam Programma Alternatieve Denkstrategieën, PAD) viel verder op doordat het een groter effect liet zien dan de andere programma’s op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen.