Research Projects

Schoolloopbanen in het voortgezet onderwijs: feitelijke en gepercipieerde keuzemogelijkheden en acceptabele alternatieven in kaart gebracht (2017-2022)
Gedurende hun schoolloopbaan in vmbo/havo/vwo moeten leerlingen kiezen tussen schoolvakken, profielen en schoolniveaus. Schoolbeleid en schoolcultuur kunnen de keuzemogelijkheden van leerlingen inperken en zo hun keuzes beïnvloeden. In dit project wordt onderzocht of gekozen schoolloopbanen verklaard kunnen worden uit de feitelijke, aangeboden en aanbevolen keuzemogelijkheden binnen een school. Twee promovendi zijn werkzaam op dit project.
Voor meer informatie over dit project, klik hier.

Project ViTaS: stimulating intercultural competence of pre-service primary school teachers using Visual Thinking Strategies (2018-2019)
Teachers encounter an increase in ethnic-cultural diversity in their classrooms. To create optimal learning opportunities, it is important that the background knowledge and (home) experiences of children are capitalized on in school. However, for children with migration backgrounds this seems to happen less well. A solution to this inequality is stimulating intercultural competence of teachers. A prerequisite of intercultural competence is awareness of one’s own perspective and of how this influences understanding of social (classroom) situations. In Project ViTaS, Visual Thinking Strategies (VTS) will be used to increase awareness of perspective. VTS originates from art education, but is recently being implemented in other contexts. In project ViTaS, second year students of the Academic Teacher Training Programme for Primary Education (AOLB) will take part in two workshops in which they discuss a piece of art and a reading session in Kindergarten. The discussions, as well as questionnaire data, will be analyzed in order to add to the understanding of intercultural competence of pre-service teachers and of ways in which this can be influenced.

Meta-analysis ‘Relation sense of school belonging – educational outcomes’ (2016-2018)
The literature that relates students’ sense of school belonging to several educational outcomes (e.g. academic achievement and school motivation) is currently reviewed to provide an elaborative overview and meta-analysis of the literature published in the last decade.

Secondary analyses data files VOCL’99 and COOL5-18 (2011-2018)
Multiple studies have been and are being conducted using the VOCL’99 data files and the COOL5-18 data files for secondary data analyses. The studies published so far (see publications) have focused on determinants of student functioning in school (e.g. school motivation, school commitment, academic achievement), differential effects (e.g. gender differences, cross-cultural differences) and choice behaviour of students (e.g. regarding STEM careers).

Previous projects:

Onderzoek naar de motieven en beweegredenen van vo-scholen naar soort brugklas (2016-2017)
Dit betreft een kortdurend onderzoek naar de verschillende manieren waarop scholen voor voortgezet onderwijs de onderbouw hebben ingericht. Het doel van het onderzoek is inzicht krijgen in de verschillende manieren waarop scholen hun onderbouw hebben ingericht (bijvoorbeeld of met homogene of heterogene brugklassen gewerkt wordt) en welke overwegingen bij deze beslissing een rol hebben gespeeld. Op basis van deze informatie krijgen we een beter beeld van de verschillende redenen waarom sommige scholen met homogene en andere scholen met heterogene klassen werken in de onderbouw. In het voorjaar van 2017 wordt een vervolgonderzoek uitgevoerd bij 10 scholengemeenschappen voor vmbo, havo en vwo, waarin schoolportretten worden uitgewerkt. Van elk van die 10 scholen schetsen we hoe de onderbouw precies is ingericht, waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt (wel/geen brede klassen bv.) en wat de ervaringen hiermee zijn.

Project ‘Study choices’ (2016)
In this project, the influence of significant others (e.g. parents) on students’ decision to become math teachers was investigated, as well as students’ perceptions of the study beforehand and during the study in higher education.

“Overgangen en aansluitingen: de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen rondom de po-vo en vmbo-mbo overgangen en de rol van de verschillende factoren bij de aansluiting tussen deze onderwijssectoren” (2014-2016)
In dit onderzoeksproject voor het Nationaal Regieorgaan voor Onderwijsonderzoek – Programmaraad voor Beleidsgericht Onderzoek (NRO-ProBO) brengen we de ontwikkeling van leerlingen rondom de overgangen tussen primair en voortgezet onderwijs en tussen vmbo en mbo in kaart. Deze overgangen vormen belangrijke scharnierpunten in de schoolloopbaan van leerlingen en bieden daardoor zowel kansen als belemmeringen voor zowel de cognitieve ontwikkeling (zoals leerprestaties) als de niet-cognitieve ontwikkeling (zoals schoolmotivatie en schoolbetrokkenheid) van leerlingen. Centraal staat een conceptueel model waarin belangrijke factoren bij de aansluiting tussen de verschillende onderwijssectoren zijn samengebracht. Deze factoren zijn te vinden op leerlingniveau (bv. achtergrondkenmerken, leerpotentieel, cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen), op schoolniveau (bv. schooladviezen die leerlingen ontvangen, het toelatingsbeleid van vo-scholen en mbo-instellingen, opstroom/afstroom/doubleermogelijkheden) en op omgevingsniveau (o.a. nationaal en regionaal onderwijsbeleid). Door middel van een reviewstudie, twee empirische studies en een simulatiestudie wordt antwoord gezocht op de volgende onderzoeksvragen: (1) Hoe ziet de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen rondom de po-vo en vmbo-mbo overgangen eruit? (2) Welke rol spelen verschillende factoren bij de aansluiting tussen deze onderwijssectoren op de korte en langere termijn? (3) In hoeverre is sprake van generieke (voor alle leerlingen) dan wel differentiële effecten (voor specifieke groepen leerlingen)? (4) Welke effecten heeft het wijzigen van een of meerdere beleidsparameters op de aansluiting tussen po en vo? Een belangrijk speerpunt is, behalve de aandacht voor zowel de cognitieve als niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen en effecten op korte en wat langere termijn, de aandacht voor differentiële effecten, dat wil zeggen, aandacht voor groepen leerlingen met verschillende achtergrondkenmerken (bijvoorbeeld wat betreft sociaal milieu).
Meer informatie

Review “Effective classroom management strategies” (2013-2014)
The objective of this project is to conduct a meta-analysis on the effects of various classroom management strategies that enhance students’ academic performance in primary education. The meta-analysis encloses studies published since 2003, that examine the effects of classroom management strategies on academic outcomes (e.g. student performance, time-on-task) and on social-emotional outcomes (e.g. student engagement, student behaviour).

Secondary analyses data files VOCL’99 and COOL5-18 (2011-2018)
Multiple studies have been and are being conducted using the VOCL’99 data files and the COOL5-18 data files for secondary data analyses. The studies published so far (see publications) have focused on determinants of student functioning in school (e.g. school motivation, school commitment, academic achievement), differential effects (e.g. gender differences, cross-cultural differences) and choice behaviour of students (e.g. regarding STEM careers).

PhD thesis “Search for Science Talent in the Netherlands” (2006-2010)
The studies presented in this dissertation were all conducted in the context of low participation rates of Dutch students in science-oriented courses in secondary education (i.e. advanced mathematics, chemistry, and physics) and in STEM courses in higher education (science, technology, engineering, and mathematics). In the Netherlands, few students choose to take their Final School Examinations (FSE) in the science & technology study profile (SCIENCE) at the end of secondary education. This profile includes advanced mathematics, chemistry, and physics courses and is mandatory for entering STEM studies in higher education. Based on several decision making theories (for example rational choice theory, expectancy-value theory, multi-attribute utility theory), the overall aim was to find out why few students with science talent (particularly few girls) choose advanced mathematics, chemistry, and physics courses in secondary education and/or enter a science-oriented study in higher education. The objective of the dissertation has been twofold. The first objective was (1) to identify particular characteristics of students who enrolled in the SCIENCE profile and/or in a STEM study. More specifically, we were interested in the possible differences between SCIENCE/STEM and non-SCIENCE/non-STEM students with respect to characteristics such as ability, personality traits, study behaviour, and attitudes. The second objective was (2) to identify students within the non-SCIENCE/non-STEM group who would, on the basis of these characteristics, fit the SCIENCE profile and/or a STEM study. Also sex-differences concerning these issues were considered. The data used were collected as part of a large-scale longitudinal cohort study in the Netherlands, the “Cohort Studies in Secondary Education” (VOCL’99; in Dutch: “Voortgezet Onderwijs Cohort Leerlingen”).